Peter Koelewijn Official website

Singles van 1960 t/m 1969
<< terug naar het overzicht | Klik op een afbeelding voor een vergroting

hoes titel jaar label hitparade
Kom van dat dak af
De hele stad is gek en dol
1960 Imperial HI 1025 1
Hoes latere rerelease. Platenmaatschappijen brachten begin jaren zestig zelden fotohoezen uit.

Aan Peter Koelewijn is vaak gevraagd hoe hij op die titel is gekomen. Volgens hem kwam dat door zijn broers. Die hadden, als opgeschoten jongens, de leukigheid om op straat ineens hardop “Hé !” te roepen. Als dan iemand vóór hen om zag, keken zij naar boven of er iets interessants op de daken te zien was. Die simpele voor de gekhouderij is de kleine Peter kennelijk bij gebleven.

Al vroeg was de Eindhovenaar met muziek bezig. Er was maar weinig popmuziek op de radio. “Pop” was b.v. in Nederland, in het begin van de jaren vijftig, de muziek van The Chico´s (cowboyliedjes), The Kilima Hawaiins (Hawaiin muziek), Eddy Christiani en Annie de Reuver en internationaal Guy Mitchell, Rosemary Cloony en Frankie Laine. Eind jaren vijftig begon radio-producer Co de Kloet met het immens populaire eerste tienerprogramma “Tijd voor Teenagers”, één uur in de week, vrijdags van vijf tot zes. Voor de rest moest men uitwijken naar internationale zenders als Radio Luxemburg en het Amerikaanse legerstation American Forces Network (AFN).

In die sfeer luisterde Peter Koelewijn in Eindhoven, later met zijn vrienden Harry en Frans van Hoof naar de geldende popmuziek. Op zijn twaalfde had Peter een goedkope gitaar gekregen. Toen hij op zolder daarmee zó ingespannen aan het spelen was dat hij zijn moeder niet hoorde die hem dringend nodig had, sloeg zij woedend het instrument aan stukken.

Een paar maanden later kreeg hij voor zijn verjaardag een electrische gitaar. Als versterker gebruikte hij een oude radio. Met Harry, als accordeonist en Frans als drummer begon het musiceren. Op de MULO kwam hij gitarist Charles Jansen tegen en zo speelden de vier op een paar schoolfeestjes. Op dezelfde MULO zat ook Anneke Grönloh en af en toe deed zij mee als zangeres. De band kreeg pas zijn definitieve vorm in 1958 toen drummer Peter v.d. Voort de plaats innam van Frans, saxofonist Claus Buchholz er bij kwam en Harry de accordeon inruilde voor de piano. Inmiddels was Peter na zijn eind-examen MULO naar het Gemeentelijk Lyceum Eindhoven (GLE) om de HBS te volgen. Ze speelden in zaal Plaza (voormalig Astoria, waar Peter de Tielman Brothers had gezien) en toen daar op een avond plotseling een politiecontrôle kwam om te checken of de aanwezigen wel 18 (!) waren, werd ook Harry van Hoof te jong bevonden (hij was pas zestien) en naar huis gestuurd. Niet lang daarna verhuisde de band naar zaal De Drie Zwaantjes en speelde Harry toch weer stiekem mee. In die zaal werden later de eerste hits gerepeteerd.

Charles Jansen heeft de naam The Rockets bedacht. Eerst had men een veel langere naam in gedachten met “Rockets” er in, maar toen Jansen dat op zijn versterker wilde schilderen, pasten al die letters daar niet op. Hij bleef steken bij Rockets en zo bleef het. De band besloot aan talentenjachten mee te gaan doen maar die leverden niets op. Goede kennis Toon Wagemans besloot daarom met een bandje met daarop de Koelewijn liedjes “De hele stad is gek en dol” en “Jenny” naar platenmaatschappij Bovema (EMI) in Heemstede te gaan. Die nodigde de band uit om een proefopname te maken. Aangezien Peter en zijn Rockets, zoals de officiële naam inmiddels luidde, niet over vervoer beschikte, ging men per trein, mét alle spullen en met een paar vriendinnen die mee moesten helpen met sjouwen, naar Heemstede. Een paar dagen er voor had Peter Koelewijn “Kom van dat dak af geschreven” en nam het nieuwe liedje in de trein door met de boys.

Bij Bovema in Heemstede moeten ze eind 1959 hun ogen hebben uitgekeken toen daar de stoet vanaf het station met alle instrumenten en versterkers (omgebouwde radio´s!) hun straat in kwam lopen! In de studio werden drie liedjes, geschreven door Peter, opgenomen: “De hele stad is gek en dol”, “Jenny” en het net ingestudeerde “Kom van dat dak af”. Aangezien men maar een éénsporige recorder had, moest tegelijk gezongen en gespeeld worden: dus alles in één keer op de tape. Technicus was Ger Hali. Tijdens het spelen brak plotseling de hals van Peter´s gitaar. Met veel kunst en vliegwerk werd het instrument weer gerepareerd maar dat nam zoveel tijd in beslag, dat Ger bedenkelijk begon te kijken. “Die opname gaat véél te lang duren”, mopperde hij, gewend als hij was aan sessies van hooguit een uur. De recording-tijd van de drie nummers nam uiteindelijk wel drie uur in beslag…!

De tape bleef nog een tijdje op de plank liggen, omdat men er bij Bovema niet veel in zag, tot Co de Kloet van Tijd voor Teenagers toevallig de opname te horen kreeg. “Uitbrengen”, adviseerde hij met gezaghebbende stem. Toen hij “Kom van dat dak af” met de B-kant “De hele stad is gek en dol” in handen kreeg, programmeerde hij “Kom van dat dak af” in het begin en aan het eind van Tijd voor Teenagers en liet in het midden DJ Dick Duster (later nam Herman Stok het disc-jockey werk over) een interview doen met zanger Peter Koelewijn. Na die uitzending explodeerde de plaat. “Kom van dat dak af” werd de Nederlandstalige sensatie van dat moment en bleek tevens later hét Nederlandstalige rock ´roll liedje aller tijden te zijn. Peter Koelewijn kreeg daarmee het stempel “De Godfather van de Nederlandstalige Rock & Roll”.

Ook in België werd het nummer een no 1 hit en het liedje is in diverse landen gecovered. Uniek is, dat “Kom van dat dak af” vier maal opnieuw is opgenomen door Peter Koelewijn (in 1959, in 1971, in 1981 “live” versie en in 1989 de “rap” versie met DJ Sven en Miker G) en ook vier maal een hit is geworden. Net vóór de release van de eerste versie, deden Peter en zijn Rockets toch maar weer eens mee aan “Het Cabaret der Onbekenden”, een grote talentenjacht in Carlton in Eindhoven. Anneke Grönloh werd eerste, Peter en zijn orkest tweede.


Kom van dat dak af: het echte verhaal over het ontstaan.
Reconstructie door Jan Roeleven voor de NPS, uitgezonden op 31-12-2009 in Top 2000 a GoGo. Met de originele Peter & zijn Rockets: Peter Koelewijn, Harry van Hoof, Charles Jansen; Claus Buchholz, Peter v.d. Voort, Arnold Bagen én ontdekker Toon Wagemans.

Contract
Kom van dat dak af
De hele stad is gek en dol
1960 Imperial HI 1025 1
Belgische release
Kom van dat dak af
De hele stad is gek en dol
1960 Columbia 45 DSA 367  
In 2007 wees Wim v.d. Essenburg uit Amersfoort Peter Koelewijn op het bestaan van de Zuidafrikaanse release van Kom van dat dak af in 1960.
De artiest had geen idee dat de plaat ooit daar was uitgebracht. Een behoorlijke hoes kon er, net zo min als bij de Nederlandse release op Imperial, blijkbaar niet af.
Laat me los
Ga Peter Ga
1960 Decca FM 264326  
 
Veertig rovers
Janus
1960 Decca FM 264309 22
Toen “Kom van dat dak af” een absolute sensatie dreigde te gaan worden, vroeg vishandelaar vader Koelewijn aan zoon Peter wat hij nou aan dat plaatje verdiende. Die haalde het, in het Bovemakantoor haastig ondertekende, contract te voorschijn en daaruit bleek dat niets meer dan wat reiskosten werden betaald. Dat vonden vader en zoon erg weinig, dus ging Peter´s ouwe heer informeren bij een Eindhovense advocaat of dat zo maar kon. “Dat kan ook niet”, bevestigde die “want Peter is minderjarig (je werd toen op je 21ste pas meerderjarig) dus is dat contract ongeldig”. Uiteindelijk werd dat nog rechtgetrokken met de platenmaatschappij, maar de liefde was over. Toen dan ook Phonogram (Philips) lucht kreeg van de vertroebelde relatie, stonden direkt de heren Jan de Winter en Nico Boer van die maatschappij op de stoep om de Koelewijns over te halen voor Philips te tekenen. Bovema had nog een tape liggen van “Jenny” en wilde dat uitbrengen, maar daar zag Peter niets in. De follow-up van “Kom vann dat dak af” werd “Janus”, met als B-kant “Veertig rovers” en kwam uit op het Phonogram label Decca.

“Veertig rovers” was een bewerking van het oude volksmuziekje “De moord in Raamsdonk”. De plaat werd gerealiseerd in het studiootje dat Phonogram had achter Hotel Hof van Holland in Hilversum (in de negentiger jaren gesloopt om plaats te maken voor appartementen) en een behoorlijke hit. De twee nummers werden opgenomen op een twee sporen tape d.w.z. dat nu eerst het orkest kon worden opgenomen en op het eerste spoor en de zang apart op het tweede.Aangezien Charles Jansen nog steeds geen basgitaar had (zijn basgeluid op “Kom van dat dak af” bereikte hij door de basknop van zijn gitaar open te draaien, alleen was dat een surrogaat bas geluid. Feitelijk zit er geen bas op die eerste grote hit), speelde bassist Dub Dubois op de eerste platen mee, totdat Charles een basgitaar had.

Technicus was Jos Ditmars, een man met een soms macaber gevoel voor humor. Toen Peter “Janus” voor de eerste keer, behoorlijk nerveus, inzong, hoorde hij ineens de wat barse stem van de technicus in zijn koptelefoon. “Hé Koelewijn ! Ik heb hier overal knoppen voor, maar géén knop voor talent !”
Janus
Veertig rovers
1960 Decca FM 264309  
Belgische release
Marijke
Jenny
1960 Decca FM 264308 14
In de buurt van het Gemeentelijk Lyceum Eindhoven (GLE) waar Peter Koelewijn de HBS opleiding volgde, zag hij regelmatig een meisje, Marijke Govers. Hij was op slag verliefd, maar van echt contact is het nooit gekomen. Hij was behoorlijk verlegen wat meisjes betreft en durfde Marijke absoluut niet te benaderen. In die tijd schreef hij het liedje “Marijke” en nam dat een jaar later op met de Rockets.

Niet lang daarvóór trok hij een tijdje op met een ander meisje uit Eindhoven, Jenneke Huibregts. In een romantische bui schreef hij het liedje “Jenny”.

Specifieke dingen in “Marijke” zijn het pianoriedeltje van Harry van Hoof, de baslijnen van Charles Jansen en de saxofoonsolo van Claus Buchholz. “Claus maakt van zijn solo altijd een liedje in een liedje”, placht Peter te zeggen.
Jenny
Marijke
1960 Decca FM 264308  
Belgische release
Doe maar net alsof
Kom op rockin´!
1960 Decca FM 264350 18
Weer een jeugdliefde van Peter Koelewijn, de Eindhovense Irene. Kort maar hevig en redelijk platonisch zoals toentertijd gebruikelijk was, vooral bij de verlegen Peter.

Toen hij op een zondagmiddag met de band in de plaatselijke zaal “De nieuwe Need” speelde, schuifelde Irene voor zijn neus op een innige manier voorbij met een jongeman (waar zij later ook mee trouwde). Vol liefdesverdriet schreef de zanger die avond, “Doe maar net alsof, Ireen, doe maar net alsof, laat ze denken dat je ´t meent, dus doe maar net alsof”.
Doe maar net alsof
Kom op rockin´!
1960 Decca FM 264350  
Belgische release
Veertig rovers
Marijke
Janus
Jenny
1960 Decca V 63077  
Als een artiest succesvol was, bracht Phonogram van tijd tot tijd een EP (Extended Play ) uit. Die bestond meestal uit de twee laatste gereleasde singles. De EP heeft jaren stand gehouden, maar op een gegeven ogenblik verdween dat fenomeen. De maxi-single, die over ´t algemeen uit drie liedjes bestond, nam een tijdje de plaats in.
Laat me los
Ga Peter ga
Doe maar net alsof
Kom op rockin´ !
1960 Decca V 63088  

Laat me los
Ga Peter ga
1960 Decca FM 264326  
Belgische release
24.000 kussen
Dat ben ik
1961 Decca FM 264384 16
Adriano Celentano, een beroemde rock zanger in Italie, schreef dit liedje en had er in zijn land een enorme hit mee. Peter´s platenmaatschappij wilde graag dat hij dit in het Nederlands opnam maar de Eindhovenaar zag het eigenlijk niet zo zitten. Vooral niet toen hij de vertaling van ene mijnheer M.v.d. Dooren (de zanger heeft nooit geweten wie dat was) onder ogen kreeg. “Wat een rijmelarij”, zuchtte hij maar uiteindelijk wist Jan de Winter, één van de programmaleiders (voorloper van de latere term “producer) bij Phonogram hem over te halen. Voor de eerste keer werden strijkers gebruikt op een Peter en zijn Rockets plaat én een vrouwenkoortje. Dat vond Koelewijn zó mooi, dat hij voor de B-kant een liedje schreef waarvoor al dat prachtigs ook gebruikt kon worden: “Dat ben ik”. Saxofonist Arnold Bagen was de groep komen versterken en speelde voor het eerst mee op deze plaat.

Vreemd is dat platenmaatschappij Phonogram in het begin van de jaren zestig geen echte hoezen met foto´s e.d. om zijn platen deed. Alleen op de EP´s en LP´s stonden afbeeldingen. Waarschijnlijk werd dat uit zuinigheid gedaan want sommige andere platenmaatschappijen brachten hun product wél uit met echte hoezen.

“24.000 kussen werd een behoorlijk groot succes.
Ma (hij wil zo graag een zoen)
Ik ben zo verlegen
1961 Philips PF 318500  
Duet met Anneke Grönloh

Peter Koelewijn en Anneke Grönloh kenden elkaar al van de MULO en Peter en Harry van Hoof kwamen soms over de vloer bij de familie Grönloh in Eindhoven. Anneke en Peter met zijn band deden beiden mee aan Het Cabaret der Onbekenden in het Eindhovense Carlton, een talentenjacht waarbij platenmaatschappij Phonogram een grote vinger in de pap had. Anneke won in 1960 en de band werd tweede. Maar die zat daar niet mee want even daarvoor had de groep de eerste single “Kom van dat dak af “ op de plaat gezet.

In Carlton brachten Peter en zijn Rockets en Grönloh een keer samen het Johnny Otis nummer “Ma, he´s making eyes at me” en dat was zo´n succes, dat de platenbonzen dat graag, in het Nederlands, op de plaat wilden hebben. Dat werd “Ma, hij wil zo graag een zoen”. Voor de B-kant schreef Peter speciaal voor de zangeres “Ik ben zo verlegen” en ook dat werd samen met de Rockets opgenomen.

Koelewijn en zijn band hebben in 1960 en een gedeelte van 1961 veel optredens gedaan voor Guus Jansen Jr., de oprichter van het blad Muziek Parade en tevens organisator van de Muziek Parade Shows. Anneke trad daar ook diverse malen in op en dan reed ze mee, met haar moeder, in het busje van P & R. Anneke en pianist Harry van Hoof konden het goed met elkaar vinden en zaten soms samen achterin het busje en Ma Grönloh zat dan voorin. Af en toe was er wat gefluister en/of gegiechel te horen en dan klonk het steevast van voorin: “Anneke, ga slapen!”
Drink er een van mij
Jip Jip
1962 Decca FM 264417  

Hasta la vista
Flirt
1962 Decca FM 266418  
In 1962 was iedereen het spoor volledig bijster: Peter Koelewijn, die voor nieuwe liedjes en ideeën moest zorgen en de platenmaatschappij waarbij niemand met verfrissende voorstellen kwam. Omdat Peter al diverse hits geschreven had, ging men kritiekloos met hem om. Zo begon de zanger/componist te zweven en schreef hij liedjes als “Hasta la vista”, een song met een Spaanse titel en verder met een tekst in een door hemzelf verzonnen taal. Dat stond ver van zijn rock and roll fans. In de B-kant “Flirt” kon men, wat het liedje en het arrangement betreft, de invloed horen van Fats Domino en Clarence “Frogman” Henry, die net een hit had gescoord met “I do”.

Daarvóór hadden gitarist Koelewijn en bassist Jansen van gitaren-fabriek Egmond in Best gratis instrumenten gekregen. Peter bleef Egmond een hele tijd trouw maar Charles heeft niet zo lang op het gratis exemplaar gespeeld. Van hem komt het gezegde: “Vreemde instrumenten, vréémde geluiden”.
Yeah man twist
The Kangaroo
1962 Decca FM 264437  
De twist rage raasde over de wereld en besloten werd dat Peter en zijn Rockets zich ook daaraan zouden wagen. Opgenomen werden de twee absoluut nutteloze liedjes “Yeah man twist”, een onduidelijke cover en het door Koelewijn geschreven “The Kangaroo”. De groep zat volledig vast qua repertoire.
Drink er een van mij
Jip Jip
Hasta la vista
Flirt
1962 Decca V 63111  
De band huurde in het begin een Volkswagenbusje als er in Nederland of België werd opgetreden. Dat waren van die afgejakkerde wagens waaraan altijd wat mankeerde. In de winter viel de verwarming uit en in de zomer was die juist weer niet af te zetten. De boys namen dan ook meestal dekens mee. Toen de band van Eindhoven op weg was naar een show in Noord-Holland reden ze dwars door Amsterdam. De rondwegen om Amsterdam en de tunnels waren er nog niet. Alles ging over de Schellingwouder brug. Het was hartje winter. Opeens trok Charles Jansen het schuifdak van het gehuurde busje open, stak zijn hoofd naar buiten en riep naar de voorbijgaande Mokumers: “Peter en zijn Rockets zijn hier! Peter en zijn Rockets zijn hier!” Daarna trok hij voldaan aan de hendel van het schuifdak om het ding weer te sluiten. Maar daar was geen beweging meer in te krijgen. De rest van de rit heen en de hele weg ´s nachts terug zaten de jongens te blauwbekken in het busje, gehuld in dunne dekens…

Een andere keer had men een vervoermiddel waarvan de ruitenwissers het niet bleken te doen. Daar kwam chauffeur en drummer Peter v.d. Voort achter toen het, halverwege de rit, begon te regenen. Aan elke wisser werden twee touwtjes gebonden en om de beurt trokken bandleden aan de linker- en rechterkant aan de wissers.

Gevaarlijk waren de momenten toen ´s nachts op de terugweg van het Groningse Winschoten de accu niet meer bijlaadde. Het licht werd steeds flauwer en besloten werd de verlichting uit te doen tot in de verte een tegenligger naderde. Nu was er in die tijd ´s nachts weinig verkeer, maar des te flauwer de verlichting werd, des te langer wachtte Peter v.d. Voort om de koplichten weer aan te doen. Zo werd Eindhoven op het nippertje gehaald. Niet lang daarna kocht de vader van V.d. Voort een splinternieuwe Volkswagen bus. die huurde de band van hem.
Doe caramba de bossa nova
Speel die dans
1963 Decca FM264504  
Peter Koelewijn kreeg nieuwe inspiratie en de band begon weer het licht te zien. Hoewel “Speel die dans” nooit een hoge hitparade notering heeft gehaald, hoorde de plaat qua verkopen daar zeker thuis. De single is wat men noemt een echte “sleeper”. Dat is een plaat die niet direct in grote aantallen verkoopt maar wél over een heel lange tijd. Het liedje is feitelijk een tango en na “ 24.000 kussen” was dit de tweede keer dat violen werden gebruikt op een Peter en zijn Rockets plaat. Harry van Hoof speelt een prachtige intro op de piano en opmerkelijk is dat op dit nummer (net als bij “Doe maar net alsof”) geen saxofoons werden gebruikt.
Zweer bij de knop van de deur
Jij kost mij teveel money
1963 Decca AT 10032  
Een uitstapje van Peter Koelewijn met het Eindhovense dixyland orkest The Savoy Jazzmen.

Peter was leerling-journalist bij het Eindhovens Dagblad en hield zich soms op in café De Poort van Kleef waar de Eindhovense Jazz Sociëteit hun avonden met bekende nationale en internationale Jazz-coryfeeën hielden. Daar speelden ook dixyland bandjes en Koelewijn had vaak deze muziek horen spelen op feestavonden van het Gemeentelijk Lyceum waar hij de HBS opleiding volgde. Trouwens, dixyland was redelijk populair gezien de hits van bands als Chris Barber (“Ice cream”), Pappa Bue´s Viking Jazz Band (“Schlafe mein Prinzchen”) en Mr. Acker Bilk en ook Kenny Ball & his Jazzmen (“Midnight in Moscow” en “I still love you all”) én niet te vergeten de Nederlandse bands The Dutch Swing College en The New Orleans Syncopaters. Peter schreef de twee liedjes van de plaat, “Zweer bij de knop van de deur” en “Jij kost mij teveel money”. De plaat werd een bescheiden hitje. Hij nam in 1975 dezelfde liedjes nóg eens op met Ome Jan en de Haeghse Blufband en die bereikte er de 27ste plaats van de top 40 mee.

Als journalist van het Eindhovens Dagblad maakte Koelewijn een verslag van elke grote avond van de Eindhovense Jazz Sociëteit in De Poort van Kleef. Dat was vrijwilligerswerk want voor de krant zelf hoefde dat niet. Maar af en toe kon hij niet of sprak de gastspeler hem niet aan en dan liet hij verstek gaan. Om toch de Sociëteit ter wille te zijn, ging hij aan het eind van de avond naar de zaal, waar vaak nog heel wat mensen bleven plakken en zocht dan bestuurslid Henk Coolen op. Peter begon dan meestal met “´t Was me het avondje wel” en dan begon Henk, die door de drukte niet wist dat Koelewijn er niet was geweest, te vertellen over hoe de avond was verlopen en wat de kwaliteit van het gebodene was geweest. Daarop ging de journalist naar de redactie, schreef op wat Henk had verteld en leverde dat in. De volgende dag had de Eindhovense Jazz Sociëteit een mooi groot verslag van de afgelopen avond in de krant.

Tot op een keer Peter ergens anders moest zijn terwijl een Amerikaanse grootheid in de Poort van Kleef optrad. Aan het eind van de avond stapte hij de zaal binnen, verbaasde zich er over dat het nog stampvol en meldde zich bij Coolen, die op z´n normale plekje aan de bar stond.

Hij begon met het gebruikelijke “´t Was me het avondje wel” en hoorde de jazz-liefhebber antwoorden “nou, opzienbarend was het niet”. Peter, die aan de grote naam uit Amerika dacht, begon weer met “dat moet toch wel een beetje genieten geweest zijn”, wat Henk ontkende en zo ontspon zich een z.g. “langs elkaar heen” gesprek totdat Henk ineens vroeg: “Zeg, over wie heb jij ´t eigenlijk”. “Over die Amerikaan natuurlijk”, antwoordde de ander. Even was het stil, toen met een verhelderende blik in zijn ogen, kwam Coolen bedachtzaam: “Hé, nou begin ik sommige dingen te begrijpen. Jij wás hier vanavond niet. Nou, we zitten hier nog met z´n allen op die Amerikaan te wachten die nog uit de Jazz Sociëteit van Tilburg moet komen !”

Deemoedig boog Koelewijn het hoofd, biechtte alles op en zei dat hij voortaan z´n eigen bevindingen zou neerschrijven maar dat dat wel inhield dat, als hij elders moest zijn, er niets over de Sociëteit in de krant kwam. “Ik dacht al”, lachte Henk “die Peter Koelewijn heeft precies dezelfde smaak als ik. Het was net of ikzelf die stukjes had geschreven ! Maar in het belang van de Sociëteit moeten we gewoon op dezelfde voet doorgaan, want die stukjes in de krant kunnen we niet missen. Laat mij maar het verslagje schrijven, dan kom jij ´t aan het eind van de avond ophalen en zorg jij dat ´t in de krant komt”.

Dat is dus zo gegaan totdat Peter een jaar later de krant verliet. “Ik weet een heel goede jazz-muziek recencent”, liet hij bij zijn afscheid de hoofdredactie weten. Vanaf dat moment werkte Henk Coolen officieel voor het Eindhovens Dagblad.
Geloof maar dat ik ren
Bel de juiste man
1964 Decca AT 10036  
De Liverpool sound overstroomde de wereld, in Engeland kwam het ene na het andere bandje op. Phonogram vroeg of Peter een Nederlandse tekst wilde maken op “I wanna hold your hand” van The Beatles en toen hij “Geloof maar dat ik ren” klaar had, was de volgende stap niet ver meer: hij nam het ook op met de Rockets. Uit de band waren inmiddels saxofonisten Claus Buchholz en Arnold Bagen verdwenen. Op de B-kant kwam het eigen liedje van Peter: “Bel de juiste man”.
Ren naar hem
Denk eens in
1964 Decca AT 10089  
Ook was dat een Beatle-achtige plaat met twee liedjes van Peter Koelewijn. Een groot succes was het niet.
Ren naar hem
Denk eens in
1964 Decca 10089  
Belgische release
Speel die dans
Doe maar net alsof
1965 Decca AT 10140  
Re-release van het liedje dat twee jaar daarvoor was uitgebracht, maar nu met een andere B-kant: het 1960 succes “Doe maar net alsof”. De vraag bleef voortduren en daarom besloot Phonogram de plaat weer uit te brengen. Met een echte foto foto op de hoes.
In deze nacht
Alleen voor Mieke
1965 Decca AT 10178  
De eerste productie die producer Tony Vos met Peter Koelewijn maakte. Voor het eerst schrijft bandlid pianist Harry van Hoof arrangementen op verzoek van Peter. Harry haalde dan ook letterlijk en figuurlijk alles uit de kast, gezien het grote orkest dat hij liet opdraven. De plaat moet gezien worden als een solo project want de Rockets spelen er niet op mee omdat Peter de band juist aan het reorganiseren was. Op de B-kant zette de zanger een hommage aan zijn verloofde Mieke, waarmee hij kort daarop trouwde.
Kleine vlinder
De laatste dans
1966 Rara 1011  
Peter v.d. Voort en Harry van Hoof hadden de Rockets verlaten en drummer Jeroen Ophoff en gitarist/toetsenist Hans Sanders namen hun plaats in. Hans werd een paar jaar later de grote man van zijn eigen orkest Bots. “Kleine vlinder” en “De laatste dans”, liedjes van Peter Koelewijn, werden opgenomen voor het Rara label van Gaby Dirne in een klein jaar, dat Peter Koelewijn geen bindingen had met zijn oude platenfirma Phonogram. Van de originele Rockets waren nu alleen nog bassist Charles Jansen en Peter over. Deze samenstelling trad onnoemlijk veel op in vooral de noordelijke provincies. Dat was elk weekend dus een hele rit vanaf Eindhoven.
As tears go by
I laugh at you
1966 Fontana YF 278121  
Als 4 PK

De Rolling Stones brachten een LP uit met daarop het, oorspronkelijk door Mick Jagger en Keith Richards voor Marianne Faithful geschreven, “As tears go by”.De hele wereld wilde dat die Stones versie als single zou uitkomen, maar Mick Jagger scheen dat tegen te houden. Tenminste, dat waren de berichten die men van hun platenmaatschappij Decca, die door Phonogram in Nederland werd vertegenwoordigd, te horen kreeg. “Dan moeten wij dat als de bliksem coveren”, riep producer Tony Vos in de marketingvergadering “en wel met Peter Koelewijn”.Die was inmiddels met zijn nieuwe band met Jeroen ophoff, Hans Sanders en Charles Jansen op het oude Phonogram (Philips) nest teruggekeerd. Peter schreef “I laugh at you”, dat op de B-kant zou komen, en “As tears go by” was binnen een dag gepiept. Men besloot dat de naam Rockets toch teveel aan de oude tijd deed denken, dus werd een nieuwe bedacht: 4 PK.

De plaat was net een dag uit, toen Decca in Londen alsnog groen licht kreeg van Jagger en besloot “As tears go by” van de Rolling Stones als de weerlicht uit te brengen. Andere landen volgden, dus Phonogram Nederland kon en wilde niet achterblijven. En daar zaten ze met hun dure 4 PK cover, óók op Decca, die natuurlijk geen schijn van kans meer maakte…
It´s my day today
I laugh at you
1966 Decca AT 10197  
Als 4 PK

De samenwerking met Peter Koelewijn en zijn 4 PK was Tony Vos zó goed bevallen dat hij besloot nog een extra liedje van Peter op te nemen: “It´s my day today” om zo toch nog een goede single te hebben. Want van “I laugh at you” was hij zeer gecharmeerd. De plaat werd een bescheiden succesje.
Down and out
So there
1967 Fontana YF 110799  
Als 4 PK

Voor de laatste keer nam Peter Koelewijn op onder de naam 4 PK met dezelfde drie muzikanten als bij de vorige platen. “Down and out” werd geschreven door Peter, de B-kant “So there” is van de hand van Hans Sanders.

Die kwam overigens met nóg een liedje. Hij zei dat hij het zelf een absolute hit vond. Toen hij het aan de andere drie voorspeelde- en zong, keken die hem verbaasd aan en zeiden tegelijk als uit één mond: “Maar dat lijkt als twee druppels water op “Russian Spy and I” van The Hunters!” Hans bleef even stil en zuchtte toen. “Verrek ja, nou je ´t zegt”.
Take me or break me
Oh the way she held me tight
1967 Philips JF 333648  
Als You and Me met Hans van Hemert

Peter Koelewijn en Hans van Hemert begonnen in 1964 bijna gelijktijdig bij platenmaatschappij Phonogram. Zij waren beiden voorbestemd om producer te worden, maar eerst moesten ze stage lopen (zie Q 65). Peter had zijn band The Rockets, Hans was zanger van The Caps, waarin ook Robbie Ombach en Roy Beltman zaten, die beiden later respectievelijk furore zouden maken als promotie man en als producer (o.a. BZN en Jantje Smit).

Hans bleek een goede zanger te zijn, al pretendeerde hij om meer op de achtergrond te acteren. Tony Vos haalde Koelewijn en Van Hemert over om samen iets te doen. Hans schreef voor het project “Oh the way she held me tight” en Peter componeerde “Take me or break me”. Tony Vos overgoot het geheel met een Righteous Brothers “You´ve lost that loving feeling” sausje.

Dit was de laatste plaat die Peter met een andere producer dan zichzelf maakte. Hij had net met de Q 65 hit “You´re the victor” bewezen dat hij het handwerk door had. Ook zette hij zijn band een paar jaar in de ijskast en begon kort daarop als DJ bij Radio Luxemburg, waarvoor hij ook veel drive-in shows ging doen in de Benelux en Duitsland.
Take me or break me
Oh the way she held me tight
1967 MPS B 007  
Als You & Me met Hans van Hemert
Belgische release
Kom van dat dak af
De hele stad is gek en dol
1968 EMI 006-26707  
Herrelease door Bovema/EMI
Ome Sjakie (het hele zakie loopt in z´n nakie)
Wat heeft ze haar op d´r tanden
1968 Polydor S 1295 23
Als De Praatpalen met Freddy Haayen en Willem van Kooten

In 1968 vroegen producer Freddy Haayen en disc-jockey Willem van Kooten (Joost den Draayer), die de populairste DJ van Veronica was en van het begin lid van het Veronica team, of Peter Koelewijn wilde toetreden tot het op te richten produktiebedrijf Red Bullet. De eerste plaat die de Eindhovenaar voor de nieuwe firma maakte, was meteen een no 1 hit: het door hemzelf van tekst voorziene “Kom uit de bedstee mijn liefste” van Egbert Douwe. Ook in België werd die schijf een bestseller en Red Bullet bedacht een stunt om de firma op de kaart te zetten.
Men huurde bij de NS een complete trein af die van Amsterdam naar Brussel zou rijden om daar aan Egbert Douwe (Veronica DJ Rob Out) de gouden plaat uit te reiken. In de trein zaten alle Red Bullet artiesten en een hoop journalisten en fotografen. In een coupé stonden manshoge stapels kratten met drank, want gezelligheid moest er zijn en voor een goede catering was ook gezorgd.
Maar de trein was nog niet bij Rotterdam of er was al vier keer aan de noodrem getrokken door baldadige medereizigers en tot Roosendaal kon men precies het spoor volgen van de lunchpakketten die uit het raam waren gesmeten. Het was een puinhoop en hoofd van Phonogram´s reclameafdeling, de heer Rolf ten Kate, stond op een gegeven ogenblik met gespreide armen voor de coupé met drank. Hij wilde, tevergeefs, voorkomen dat het nog meer zou escaleren.
Een paar dagen vóór de treinstunt had Peter Koelewijn het liedje “Ome Sjakie” (“Het hele zakie, loopt in z´n nakie, zegt Ome Sjakie aan de Middellandse Zee”) geschreven en opgenomen met De Praatpalen. Dat waren hijzelf, Freddy Haayen en Willem van Kooten. In de trein vond men een manier om de pas opgenomen tape via de intercom te laten horen. Het liedje werd door iedereen luid mee gezongen en alle aanwezige DJ´s zagen er een grote hit in en zouden het gaan draaien. Discjockey Jan van Veen was zelfs zó door het dolle dat hij, onder het zingen van “Ome Sjakie”, bij iedereen de pantalon probeerde te ontfutselen. De terugweg werd nóg chaotischer en de NS verklaarde later dat zij nóóit meer wensten mee te doen met nog eens zo´n stunt.
Om onverklaarbare redenen klaagde Jan van Veen de volgende dag bij de oprichters en geldschieters van Radio Veronica, de gebroeders Verwey, dat “Ome Sjakie” maar een vies liedje was en eigenlijk niet op de zender hoorde.
De broers hadden het liedje nooit gehoord maar deden het in de ban, op voorspraak van Jan. Alle DJ´s werden verboden om “Ome Sjakie” te draaien en als het al was opgenomen, moest het van de tape geveegd worden.
Daarop ontstak Willem van Kooten in woede en nam z´n ontslag bij het zendschip tot verdriet van zijn collegae daar.
Maar toen niet lang daarna Radio Noordzee begon en Van Kooten overstapte naar die zender, keerde alles wat Veronica was zich tegen hem. En de platen van Red Bullet werden ook een tijdje in de kast gezet. Maar snel werden de verhoudingen weer normaal. Maar “Ome Sjakie” was al geslachtofferd.
Wat gaan ze hard op de schaatsen
Ome Sjakie
1968 Polydor S 1305  
Als De Praatpalen met Freddy Haayen en Willem van Kooten

In de jaren zestig reed Peter Koelewijn ook al heel wat kilometers. Zijn manier van autorijden verdiende niet altijd de schoonheidsprijs.

In de tijd dat hij met de Praatpalen opnam, reed hij voor de derde keer een auto total loss in twee jaar tijd. Hij was verzekerd bij de Eindhovense verzekeringmaatschappij IAK (Industrieel Assurantie Kantoor). Daar waren ze helemaal niet blij met zo´n klant en na die derde crash kreeg Peter dan ook de volgende brief van het IAK: “Geachte heer Koelewijn, hierbij delen wij mee dat wij geen prijs meer stellen op uw verdere medewerking bij de opbouw van onze firma”. Met andere woorden, de zanger kon uitkijken naar een nieuwe verzekeringmaatschappij.

Hij heeft altijd betreurd dat hij die brief niet heeft bewaard. Zo´n origineel document zou historisch zijn geworden: waard om in te lijsten.

Terug naar boven

[ Home | Nieuws | Biografie | Discografie | Media | Awards | Songteksten | Fotoalbum | Video | Service | Contact ]

© | Colofon | Gebruiksvoorwaarden